Hoveniersbedrijf moet ruim 17.000 euro betalen na maandenlang achterhouden loon |
|
|
|
|
 |
| 53 sec |
Werkgever verscheen niet bij kort geding over achterstallig salaris
Een hoveniersbedrijf moet een werknemer ruim 17.000 euro bruto betalen nadat het salaris maandenlang niet of slechts gedeeltelijk was uitbetaald. Dat heeft de kantonrechter in Enschede recent bepaald. Bovenop het achterstallige loon en vakantiegeld moet de werkgever ruim 5.700 euro wettelijke verhoging betalen.
De werknemer trad rond 15 juli 2025 in dienst als hovenier voor 32 uur per week. Daarvoor ontving hij een salaris van 2.080 euro bruto per maand, exclusief vakantiegeld. In december 2025 betaalde de werkgever slechts 500 euro netto. In de eerste vijf maanden van 2026 werd alleen het salaris over maart volledig betaald. De hovenier meldde zich op 24 maart ziek en was ten tijde van de uitspraak nog arbeidsongeschikt. Waarom het bedrijf het loon niet betaalde, blijkt niet uit het vonnis.
Werkgever verschijnt niet
De werknemer stapte uiteindelijk naar de rechter om betaling af te dwingen. De werkgever was persoonlijk gedagvaard, maar verscheen niet bij het kort geding. De kantonrechter wees de loonvordering toe. Het hoveniersbedrijf moet 9.670 euro bruto aan achterstallig salaris en 1.747,20 euro aan vakantiegeld betalen. Daar komt 5.708,60 euro aan wettelijke verhoging bovenop. In totaal gaat het om 17.125,80 euro bruto.
Daar blijft het niet bij. Vanaf 1 juni 2026 moet de werkgever het maandloon van 2.080 euro blijven betalen totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt. Daarover kunnen eveneens wettelijke verhoging en rente verschuldigd zijn. Ook moet het bedrijf correcte loonstroken verstrekken. Gebeurt dat niet op tijd, dan geldt een dwangsom van 50 euro per dag, met een maximum van 1.000 euro. De werkgever moet daarnaast 815,08 euro aan proceskosten betalen.
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|