'Niet Hortensia en Dahlia zijn het probleem, maar dat er te weinig wilde planten naast staan' |
|
|
|
|
 |
| 186 sec |
De juiste zaden op de juiste plek met streekeigen tuinen
De biodiversiteit staat onder druk. Tegelijk groeit het besef dat natuurherstel niet alleen in natuurgebieden hoeft plaats te vinden. Ook tuinen, erven en de openbare ruimte kunnen daarbij een rol spelen. Cruydt-Hoeck zet daarom in op streektuinmengsels: zadenmixen afgestemd op 25 ecologische streken. Jasper Helmantel: 'Het uitgangspunt is simpel: zet de juiste zaden op de juiste plek en de natuur doet de rest.'
| Project Natuurhuisje - Jos van den Akker |
Cruydt-Hoeck ontwikkelde de mengsels samen met Streektuinen.nl. Daarbij zijn 25 ecologische streken vastgesteld, niet op basis van provinciegrenzen, maar op bodemtype, waterhuishouding en klimaatinvloeden. 'Streektuinen.nl kwam met het idee om, net als bij gemeentemengsels, per streek een eigen zadenmengsel te ontwikkelen. Onze ecologen hebben die streken verder uitgewerkt en gekeken welke soorten daar van oorsprong thuishoren en de meeste kans maken,' zegt Helmantel.
De mengsels bestaan uit genetisch inheemse soorten die zijn aangepast aan lokale omstandigheden. 'Een plant weet niet of hij in Groningen of Drenthe groeit. Bodemtype, vocht en waterhuishouding bepalen of een soort floreert. Daar stemmen wij onze mengsels op af.' Op het eigen terrein van Cruydt-Hoeck, circa 20 tot 25 hectare zaadteeltgrond, is dat effect zichtbaar. Het aantal soorten wilde bijen en vlinders nam daar volgens Helmantel sterk toe, zonder dat de omgeving veranderde. 'Het verschil zit dus echt in de gerichte inzet van inheemse soorten.'
 | | Jasper Helmantel. Bron: Cruydt-Hoeck |
|
|
Natuurhuisjes
Wat begon met kleine consumentenverpakkingen, is inmiddels opgeschaald naar toepassingen voor hoveniers. Een voorbeeld is het project Natuurhuisje, waarvoor ecologisch hovenier Jos van den Akker in 2025 betrokken was. Bij circa vijftig vakantiewoningen in Drenthe en de Friese Wouden paste hij streektuinmengsels toe. Van den Akker werd betrokken nadat hij in 2023 werd uitgeroepen tot duurzaamste hovenier van Nederland. Zijn eigen natuurtuin, met leemvijver, hoogteverschillen en inheemse vegetatie, fungeert als voorbeeld. 'Wat daar gebeurt met flora en fauna is indrukwekkend. Dan zie je dat het werkt. Je moet kijken wat lokaal mogelijk is om biodiversiteit te ondersteunen,' zegt hij. 'Dan kom je automatisch uit bij streekeigen soorten. Negentig procent van de beplanting die ik toepas, is inheems.'
Tuinen als fijnmazig netwerk
Volgens Helmantel ligt er een grote kans in tuinen en de openbare ruimte. 'Samen beslaan die een groter oppervlak dan onze nationale parken. Ze vormen een fijnmazig netwerk van groene plekken. Als aan iedere tuin drie wilde planten worden toegevoegd, zetten we al een grote stap.' Het gaat er volgens hem niet om om alle sierplanten te vervangen. Van den Akker herkent dat. 'Veel hoveniers denken nog sterk visueel en kijken naar de wensen van de klant. Maar een tuin is meer dan een plaatje, het is een leefomgeving. Ik kijk hoe ik diversiteit kan ondersteunen en insecten kan helpen.' Hij merkt dat ecologisch tuinieren nog beperkt terugkomt in opleidingen. 'Als wij die kennis niet delen via lezingen en praktijkvoorbeelden, verandert er weinig.'
 | | Jos van den Akker |
|
|
Streekeigen mengsel in de praktijk
Bij het Natuurhuisje-project wordt het mengsel voor het Drents Plateau en de Friese Wouden toegepast. Dit gebied kent een relatief koel en nat klimaat. Soorten die hier voorkomen zijn aangepast aan die omstandigheden, zoals dophei, struikhei, kraaihei en lavendelhei. In aangrenzende gebieden groeien struiken als Gelderse roos, eenstijlige meidoorn en wilde kamperfoelie. Ook insecten zijn streekgebonden. Op vochtige heide groeit bijvoorbeeld klokjesgentiaan, de waardplant van het gentiaanblauwtje. Van den Akker: 'Als je het juiste mengsel toepast binnen een straal van 15 tot 20 kilometer van de herkomst, sluit de beplanting aan op bestaande populaties.'
|
|
'Hortensia en Dahlia zijn niet het probleem, wel dat er te weinig wilde planten náást staan'
| |
|
Kennis is cruciaal
'Bloemrijk grasland hoeft geen dure oplossing te zijn,' zegt Van den Akker. 'Maar je moet wel weten wat je doet.' Helmantel benadrukt het belang van kennisdeling. 'Op vijftig locaties, onder meer in de gemeente Noorderveld, hebben we streektuinmengsels ingezaaid. Bij elke plek staat een insectenhotel met QR-code en uitleg over beheer. Ook hebben we vooraf informatiedagen gehouden om verwachtingen te managen. Want een bloemenweide bloeit niet binnen drie weken; soms duurt dat een jaar.'
Van den Akker vult aan: 'Sommige soorten verdwijnen weer, maar de sterkste en meest geschikte soorten blijven over.' Beheer is daarbij bepalend. Van den Akker monitort locaties meerdere keren per jaar. 'Dan zie je dat soorten terugkomen die er eerder niet stonden. Door verschralingsbeheer kregen we bijvoorbeeld het zandblauwtje terug.' Het maaibeheer wordt afgestemd op doelsoorten. 'Soms maai je later om vlinders te sparen. Of juist vaker om een tweede bloei te stimuleren. Klavers en knoopkruid reageren daar goed op.' Ook laat hij bewust delen staan. 'Laat in de winter stukken ongemaaid. Dat geeft overwinteringsplekken voor insecten.'
Gedragsverandering
Een belangrijke uitdaging is volgens Van den Akker het doorbreken van het beeld van een 'nette' tuin. 'Mensen zijn gewend aan strak gemaaide gazons. Dan moet je uitleggen waarom je om pinksterbloemen heen maait, omdat het oranjetipje daarvan afhankelijk is.' Hij pleit voor gemengde hagen met verschillende bloeitijden en besdragende soorten, zoals sleedoorn, hazelaar, meidoorn en vuilboom. 'Stap af van één soort omdat dat makkelijk is. Diversiteit maakt een tuin veerkrachtiger.'
Voor particulieren kan dat klein beginnen. 'Begin met een paar stukken in de tuin en kijk wat er gebeurt. Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen.' Wat Cruydt-Hoeck en Van den Akker delen, is dat tuinieren een extra dimensie heeft gekregen. Waar het vroeger vooral draaide om sierwaarde en gebruik, speelt nu ook ecologie een rol. Helmantel: 'Als moderne tuinbezitter kun je je tuin ook inrichten voor dieren. Daarmee word je weer onderdeel van de natuur.' Van den Akker besluit: 'Je moet weten waarom je iets doet. Als je kennis hebt van bodem, streek en soorten, kun je betere keuzes maken. Dan wordt een tuin niet alleen mooier, maar ook functioneler.'
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|