Capaciteit regenton bepalen met eenvoudige rekenregel |
|
|
|
|
 |
| 55 sec |
Hemelwater is gratis en bevat minder kalk dan kraanwater, wat het geschikt maakt voor beplanting en vijvers. In Nederland valt voldoende neerslag, al nemen droge periodes toe. Regenwater opvangen wordt daardoor een vaste maatregel in veel tuinen. Voor het bepalen van de juiste inhoud van een regenton is een eenvoudige vuistregel uit de watersector beschikbaar. Zo ontstaat snel inzicht in hoeveel water van een dak kan worden opgevangen.
| Deze regenton van het merk Nature heeft een bloemenbak. |
Ook leveranciers zoals Nature passen deze methode toe in hun adviezen. De vuistregel luidt: opgevangen regen (liter) = dakoppervlak (m²) × neerslag (mm) × 0,9. Hierbij corrigeert de factor 0,9 voor verlies door verdamping en afstroming. Bij een dakoppervlak van 50 m² en een bui van 5 mm wordt circa 225 liter water opgevangen. In zo'n situatie ligt een regenton van 200 tot 300 liter voor de hand. Gaat het om grotere dakoppervlakken of een hogere waterbehoefte, dan is het koppelen van meerdere tonnen logisch.
Zonder extra opslagcapaciteit gaat water verloren
Neerslag in Nederland is wisselend. Lichte regen (1-3 mm) komt frequent voor, terwijl zwaardere buien (10 mm of meer) vooral in de zomer vallen. Daardoor kan een regenton snel vollopen. Zonder extra opslagcapaciteit gaat overtollig water via de overstort verloren. In de praktijk is het raadzaam om de opvangcapaciteit af te stemmen op het tuinoppervlak en het gebruik.
Verschillen grote en kleine tuinen
Voor kleine siertuinen biedt een standaardton doorgaans voldoende buffer voor enkele gietbeurten. Bij grotere tuinen of intensieve beplanting is aanvullende opslag of infiltratie nodig, bijvoorbeeld met gekoppelde tonnen of een wadi. Bij plaatsing verdienen een stabiele ondergrond, een goed werkende overstort en een bladvanger in de regenpijp aandacht om verstopping te voorkomen.
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|