Whatsapp Facebook X LinkedIn Instagram RSS feed

Geel mag weer, en liefst zo veel mogelijk: de Top 10 Rudbeckia

ARTIKEL
Facebook Twitter Linkedin Whatsapp
Marlien van der Linden, donderdag 24 februari 2022
386 sec


Winterhard sortiment voor tuin en openbaar groen

Geel was lange tijd not done in de tuin. Jammer, natuurlijk; als het aan de redactie van vakblad De Hovenier en Stad+Groen ligt, is een tuin niet snel te geel. Daarom beginnen we deze serie artikelen over vaste planten met een echte knaller op dit gebied: Rudbeckia. 'Goldsturm' kennen en gebruiken we allemaal, maar er is nog veel meer geels onder de zon.

Rudbeckia laat zich ook goed combineren met andere vaste planten (archieffoto project Griffioen in gemeente Boxmeer)
Rudbeckia laat zich ook goed combineren met andere vaste planten (archieffoto project Griffioen in gemeente Boxmeer)

Tot nu toe had geel niet echt de voorkeur als kleur in de border. 'Nee, alsjeblieft géén geel!' is een vaakgehoorde kreet. Maar 'afgeblust' met grassen en warme najaarstinten kan er met geel een prachtige beplanting ontstaan. Doordat de plant zo sterk is en makkelijk groeit en bloeit, is de toepassing breed uiteenlopend. Van een kleine zonnige border tot grote vlakken in het openbaar groen, van potten op een terras tot de bekende prairietuinen, er is altijd een reden om Rudbeckia te gebruiken. De beroemde Mien Ruys heeft in haar vasteplantenboek Rudbeckia meer dan tien lijstjes met diverse toepassingen opgenomen. En zij was toch de pionier onder de tuinontwerpers als het ging om de juiste plant op de juiste plaats!

Herkomst

Van origine komt Rudbeckia voor in grote delen van Noord-Amerika, op open plekken zoals graslanden. Het is een familielid van de Asteraceae, de asterfamilie, die vroeger bekendstond als de composietenfamilie. Er zijn 23 verschillende soorten bekend op dit continent, waarvan hier alleen de winterharde soorten en cultuurvariëteiten worden beschreven. Rudbeckia hirta, die in Nederland wel wordt aangeboden, blijkt toch grote moeite te hebben om in ons land te overleven en wordt daarom gezien als eenjarig. Het is wel een mooie plant; hij is er in meer tinten dan alleen geel, maar niet voor de lange duur. Jammer.


Grond

De ideale omstandigheden wat betreft de standplaats worden gevormd door een vochthoudende, voedzame grond in de volle zon. De praktijk leert dat een wat drogere en/of half beschaduwde plek ook prima voldoet. De soorten R. maxima en R. laciniata kunnen juist tegen wat meer vochtige grond. De zuurgraad van de grond is niet zo van belang. We spreken dan van 'grondsoort vaag'.


Naamgeving

Johannes en Olaf Rudbeck, vader (1639-1703) en zoon (1660-1740), zijn de naamgevers van dit geslacht. Beiden waren werkzaam aan de universiteit van Uppsala in Zweden, als voorlopers van Linnaeus, die hier ook aan verbonden was. Linnaeus heeft hen geëerd door hun achternaam te gebruiken in zijn binaire plantennamensysteem.


Herkennen

Over het geheel genomen is de plant zwak tot ruw aanvoelend behaard, afhankelijk van de soort. Hij heeft eirond-langwerpig blad met drie tot vijf nerven. Soms is het blad wat ingesneden. De rand is vaak enigszins gezaagd. De hoogte van de wilde soorten kan variëren van 50 tot 180 cm. De bloemblaadjes zijn dus geel, maar in verschillende nuances, van heldergeel tot warm geel-oranje, met een gemiddelde bloemdoorsnede van 5 tot 12 cm. Het hoofdje van de bloem, waarin de stampers en meeldraden zich bevinden, is groen(ig) of donkerbruin, ook weer afhankelijk van de soort. De bloeitijd is altijd na de langste dag, van juli tot vaak diep in de herfst. En bovendien meestal langdurig; ze blijven enkele maanden doorbloeien.


Verzorging

Over de verzorging hoef je je niet druk te maken. In het voorjaar de oude stengels afknippen en eventueel de bosmaaier eroverheen als het grote vlakken betreft. Verder moet de plant het zelf redden. Op heel arme grond kan wat organisch materiaal en/of natuurlijke meststof worden toegediend, maar nodig is het niet per se. In het nieuwe groeiseizoen zal hij zich rustig verder ontwikkelen tot de grond helemaal bedekt is. Een kind kan de was doen! Dus duik in de mogelijkheden van Rudbeckia.


Rudbeckia fulgida 'Goldsturm' (foto: Ibulb)

1 Rudbeckia fulgida 'Goldsturm'

Binnen de soort R. fulgida bestaan verschillende ondersoorten, zoals R. f. var. deamii en R. f. var. speciosa. Voor een wat natuurlijker gebruik zijn deze twee misschien te prefereren. Als het gaat om een zo groot mogelijke bloem, is deze topper terecht één van de bekendste cultivars.
Hij is zeer lang bloeiend, blijft goed rechtop staan, is niet gevoelig voor ziekte, groeit snel dicht maar woekert niet - allemaal eigenschappen die R. f. 'Goldsturm' met gemak kan waarmaken.
De selectie is in de vorige eeuw benaamd door de beroemde Duitse kweker Karl Foerster. Het is echter nog maar de vraag of het echt een cultivar is, want hij komt na het zaaien soortecht terug. What's in a name ... 'Goldsturm' is precies de juiste benaming voor deze superplant.


Rudbeckia fulgida 'Forever Gold' (foto: Marlien van der Linden)

2 Rudbeckia fulgida 'Forever Gold'

Een mens is altijd op zoek naar iets nieuws, iets wat nét een beetje anders is. Dat gaat zeker op voor R. f. 'Forever Gold'. De plant wordt net iets minder hoog dan R. f. 'Goldsturm'; dat geldt ook voor de bloem en het blad. Het verschil zit hem in de habitus. Waar R. f. 'Goldsturm' aan de zijkant van de plant alleen stelen met blad laat zien, zit deze cultivar tot bijna aan de grond vol met bloemen; hij is dus bolvormig. Deze nieuwe cultivar werd in 2019 geïntroduceerd tijdens Plantarium. Het is een kruising tussen R. f. 'Goldsturm en R. f. 'Little Goldstar'.


Rudbeckia 'Little Goldstar' (archieffoto De Hovenier ISU AWARD 2012)

3 Rudbeckia fulgida 'Little Goldstar'

De naam zegt het al, 'Little Goldstar' is de laagst blijvende van de tien toppers. Hij heeft dezelfde bloem en hetzelfde blad en is zelfs net zo rijk bloeiend, maar net even 'te heet gewassen'.
Het is een introductie van het Duitse bedrijf Jelitto, die door de CNB in Nederland op de markt is gebracht. In 2011 won de plant een zilveren medaille tijdens de keuring op Plantarium in Boskoop.


Rudbeckia fulgida ‘Blovi’ VIETTE’S LITTLE SUZY- Christian Fischer, CC BY-SA 3.0 httpscreativecommons.orglicensesby-sa3.0, via Wikimedia Commons .jpg
Rudbeckia fulgida ‘Blovi’ VIETTE’S LITTLE SUZY - Christian Fischer, CC BY-SA 3.0 httpscreativecommons.orglicensesby-sa3.0, via Wikimedia Commons

4 Rudbeckia fulgida 'Blovi' VIETTE'S LITTLE SUZY

De hier genoemde laatste variant van fulgida is gevonden op de kwekerij van André Viette in Virginia. Deze kwekerij stond niet alleen bekend als populaire trouwlocatie, maar ook vanwege de introductie van een grote verscheidenheid aan nieuwe cultivars van Hemerocallis (daglelie) en Paeonia (pioenroos).
De doorsnede van de bloem is net iets kleiner, waardoor deze fijner van structuur is dan die van R. f. 'Little Goldstar'. De plant is net iets hoger, maar dat is zoals zo vaak ook afhankelijk van de grondsoort. Verder zijn de eigenschappen gelijk aan die van Rudbeckia fulgida.


Omdat 'Goldquelle' gevuldbloemig is, zijn de bloemen niet interessant voor bijen. De stelen worden wel gebruikt door insecten om te overwinteren

Rudbeckia laciniata 'Goldquelle' (foto: Perennial Power)

5 Rudbeckia laciniata 'Goldquelle'

De bijna 1 m hoog wordende stengels hebben een grijs-blauwe waas over zich. Het blad is in tegenstelling tot dat van R. fulgida glad en ingesneden. De heldergele bloem is gevuld; het bekende bloemhoofdje dat zo herkenbaar is voor Rudbeckia ontbreekt. Daardoor vinden insecten de plant niet interessant als nectarbron, maar vanwege de stelen kunnen ze hem wel gebruiken als waardplant voor hun eitjes. Hij is prima te gebruiken als massa in de border en als snijbloem op de vaas.
Een cultivar die veel lijkt op R. l. 'Goldquelle', is R. l. 'Golden Glow'. Deze laatste breidt zich wel heel makkelijk uit en wordt iets hoger dan de hiergenoemde cultuurvariëteit. Bij regen zal R. l. 'Goldquelle' minder gauw uit elkaar zakken dan R. l. 'Golden Glow'.


Rudbeckia maxima (foto: Marlien van der Linden)

6 Rudbeckia maxima

Dit is een beetje een vreemde eend in de bijt. Hij heeft blauwgroen leerachtig blad dat glad aanvoelt. Voordat de plant in bloei komt, lijkt hij meer op een uitgeschoten koolsoort dan op een Rudbeckia. Dat wordt weer goedgemaakt door de gele bloem, met de grootste doorsnede van alle soorten en in het hart de bekende donkerbruine kegel. Op voedzame grond kan hij een hoogte bereiken van een kleine 2 m. De habitus blijft luchtig doordat het blad maar een hoogte van 50 à 60 cm behaalt. Van nature is het een echte prairieplant.


'Herbstonne', de hoogste van onze top 10, tikt met gemak de twee meter aan

Rudbeckia nitida 'Herbstsonne' (foto: Marlien van der Linden)

7 Rudbeckia nitida 'Herbstsonne'

Dit is de hoogst wordende Rudbeckia van deze top 10; hij gaat met zijn lengte ruim over de 2 m. De plant wordt in het Nederlands 'slipbladige rudbeckia' genoemd en maakt lancetvormig blad. Tijdens de bloei draaien de kroonblaadjes al snel naar beneden, waardoor deze soort makkelijk herkenbaar is, ook door de groenige rechtopstaande middenkroon. Hij maakt een compacte pol. De groeiwijze is zeer opgaand; hij zal niet zo snel uiteenzakken, extreme weersomstandigheden daargelaten.


Rudbeckia subtomentosa 'Henry Eilers' (foto: Marlien van der Linden)
Rudbeckia 'Little Henry' (foto: Marlien van der Linden)

8 Rudbeckia subtomentosa 'Henry Eilers' en 'Little Henry'

Stiekem worden deze twee cultivars van R. Subtomentosa onder één nummer geschoven. Zoals de naam al verraadt, blijft R. s. 'Little Henry' opvallend lager dan zijn grote broer. 'Little Henry' wordt ongeveer 120 cm. Daardoor zal hij op voedzame grond niet zo makkelijk uit elkaar vallen. De bloei valt twee weken eerder. R. s. 'Henry Eilers' wordt wel 180 cm hoog. Henry Eilers was de eigenaar van een kwekerij in Illinois en vond deze plant midden vorige eeuw. Als het beter past om een iets subtielere kleur geel te gebruiken, is Rudbeckia subtomentosa een originele en goede keuze. De bijzondere bloemvorm helpt daar nog bij.


Rudbeckia 'Green Wizard' (foto: Marlien van der Linden)

9 Rudbeckia occidentalis 'Green Wizard'

Wat is de natuur toch veelzijdig! Er zijn nu al acht sterke Rudbeckia's de revue gepasseerd; nu komt er weer één, die totaal verschilt van de rest. De hoogte is ongeveer 150 cm. De bloeitijd is zoals bij de andere soorten, maar een bloeiwijze zonder de aanwezigheid van kroonblaadjes hadden we nog niet gehad. Het zijn grote opstaande donkerbruine kegels, ondersteund door een randje kelkblaadjes, die fier boven gladde het groene blad staan op stevige stelen. Daardoor blijven ze nog langer intact dan bij de soorten mét bloemblaadjes. Als geel toch te heftig is, kan deze makkelijke plant worden ingezet in groepen, of informeel 'gestrooid' tussen grassen op grote open plekken.


'Prairie Glow' is geen lang leven beschoren, maar hij zaait zich wel uit en creëert daardoor een informele sfeer in de prairietuin

Specialiteitenkwekerij Tuingoed Foltz levert de Rudbeckia triloba Prairie Glow
Rudbeckia triloba 'Prairie Glow' Foto: Tuingoed Foltz

10 Rudbeckia triloba 'Prairie Glow'

Kunnen we deze Rudbeckia-soort wel opnemen in de top 10, kun je je afvragen? Want officieel is de plant tweejarig, net zoals het bekende vingerhoedskruid (Digitalis purpurea). Met wat geluk houdt hij het langer uit, maar heel oud wordt hij niet. Maar is dat erg? Want mits de omstandigheden gunstig zijn, zaait hij zich vrij gemakkelijk uit, waardoor hij een prettige informele sfeer kan creëren, bijvoorbeeld in een prairietuin. De hoogte zal rond de 120 cm worden. De grond moet humusrijk en voedzaam zijn; een zonnige plek is natuurlijk ook vereist. Door de afwijkende kleur - goud, oranje en bruin in één bloem - is deze plant, net als de andere soorten, een aanwinst tussen grassen en najaarsbloeiers.


'Doe toch maar geel, daar word je zó vrolijk van!' - Wordt dit het nieuwe geluid?

Tot slot

Samenvattend kan geconcludeerd worden dat Rudbeckia een niet weg te denken geslacht is in het moderne vasteplantensortiment. Hij is rijkbloeiend, blijft stevig overeind en heeft zelden last van ziekten of plagen (hij is zelfs ongevoelig voor konijnen- en hertenvraat) - allemaal graag geziene eigenschappen. Daarnaast trekt Rudbeckia bijen, vlinders, andere insecten én vogels aan, wat zal bijdragen aan een balans tussen flora en fauna in de tuin. 'Doe toch maar geel, daar word je zó vrolijk van!'; zou dit het nieuwe geluid worden?


Zonnehoed of rudbeckia?

Volgens het nieuwe standaardwerk voor Nederlandse plantennamen (uitgeven door Naktuinbouw) heet de plant in het Nederlands niet meer zonnehoed, maar rudbeckia. Eigenlijk wel prettig, want het gaf toch verwarring met Echinacea, die ook zonnehoed genoemd wordt.
De bekendste en veel gebruikte Rudbeckia fulgida 'Goldsturm' is heel populair door de vele toepassingsmogelijkheden. Maar er is meer in de wereld van Rudbeckia. Zijn die andere soorten ook zo makkelijk toepasbaar in de tuin en het openbaar groen? In dit artikel een top 10, om de nieuwe en oude getrouwen eens tegen het licht te houden.

Marlien van der Linden
De auteur, Marlien van der Linden, is werkzaam als sortimentsadviseur bij Rijnbeek Vaste Planten en als docent plantenkennis op de Ontwerpacademie in Boskoop. Tekst met dank aan Nico Huisman en Nico Rijnbeek.


Om te kunnen reageren moet je zijn ingelogd.   LOGIN   of maak gratis een account aan.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

download artikel

Tip de redactie

AGENDA
Foire de Libramont
vrijdag 26 juli 2024
t/m maandag 29 juli 2024
Groentechniek Holland 2024
woensdag 11 september 2024
t/m zaterdag 14 september 2024
Future Green City 2024 in Utrecht
maandag 23 september 2024
t/m donderdag 26 september 2024
Vakbeurs Openbare Ruimte 2024
woensdag 25 september 2024
t/m donderdag 26 september 2024
Expertdag Duurzaam Gras 2024
dinsdag 1 oktober 2024

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
GIP
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Groenversneller
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER